Huidige locatie: Archief » Krantenartikels » De tijd heeft vleugels...
Inderdaad, reeds meer dan één jaar geleden bevond zich daar op het kerkhof, geschaard rond de lijkkist van de pas gestorven René Cailloux, een vragende niet begrijpende en diep rouwende menigte.
Was het immers niet de vierde vaste stek, en dan nog de kranige, stoere en voorbeeldige aanvoerder van de onvergetelijke, de alsdan zo graag geziene Olympicboys van zestig jaren terug, en dat in nog geen twee weken tijd! Vier van een vaste kern van amper zestien ware, toegewijde Landense groen-witte voetbalspelers. Wie kon zoiets begrijpen?
Op 21 juni 2001 ging van ons heen de jongste van de vier, Maurice Moniquet, nauwelijks enkele dagen later, gevolgd door zijn boezemvriend René Siaens. Reeds op 28 juni was het dan de beurt aan Georges Cailloux om zijn beide voormelde gewezen ploegmakkers te gaan vervoegen, en op 3 juli viel het sterven te betreuren van hun gewezen aanvoerder, René Cailloux.
Zoals ze gekomen was, verliet ook de niet begrijpende rouwende menigte het netjes verzorgde kerkhof en weldra bevond ik me daar toen moedeloos alleen bij het graf van mijn dierbare ouders. Als door een bovennatuurlijke kracht gedreven, werd ik daar, haast ongeweten, weggehaald om terug te belanden bij het open graf van de pas afgestorven René, gelegen naast zijn broer Georges en amper een paar meters verder dan René Siaens. Alle drie dus praktisch naast elkaar, met enkel Maurice wat verderop, aan de overkant van de hoofdgang van de begraafplaats! Terwijl inmiddels de vallende aardklonten op de neergelaten lijkkist mij gepijnigd in de oren klonken, wemelde in mijn zere hoofd een stel van allerlei uiteenlopende gevoelens. Daar, bij de graftombe van mijn gewezen ploegmaats bekroop me plotseling een zekere schaamte om hen destijds zo vroegtijdig, en dan nog als aanvoerder, te hebben verlaten, dit alleszins getemperd door de pijn en de rouw om het nagenoeg gezamenlijk heengaan van zulke waardige trouwe makkers. Nochtans waren daar tevens de fierheid, de erkentelijkheid en de dank bij het terugdenken aan hetgeen zij, in die gruwelijke oorlogsjaren hebben gepresteerd daar op de groene weide, nauwelijks honderd meter hogerop van hun huidige eeuwige rustplaats. Hun optredens, ja zelfs hun oefenstonden werden destijds immers telkens gevolgd door een overtalrijke genietende menigte voetbalminnende supporters, misschien wel het enige verzet of ogenblik om angst en ellende te vergeten in die moordende tijden. Dat zullen "Celle van Teskes" en Rik Cailloux me zeker niet tegenspreken!!
Even wil ik toch nog eens belichten wie zij waren en hoe zij mij zijn bijgebleven:
Maurice Moniquet, de jongste van de vier en tevens van gans de ploeg, werd geboren in 1923 en is van ons heengegaan op 21 juni 2001 op de vooravond van de vijftigste verjaardag van zijn huwelijk. Pas vijftien jaar oud, werd hij naast mij opgesteld aIs buitenlinks bij de toenmalige Jantjes (de Kajotters). Ondanks zijn jeugdige ouderdom viel hij onmiddellijk op door zijn fijne baltoets, zijn spelinzicht, zijn durf en zijn zin voor doorgedreven samenspel. Mauriceke, (zo is hij voor mij altijd gebleven) ontpopte zich althans in mijn ogen, toen reeds, zoals ten andere drie jaren later bij de pas opgerichte Olympic, als een echte, ware meester technieker, inzetbaar op alle plaatsen.
Zijn twee jaar oudere boezemvriend, René Siaens, was van een heel ander type. Techniek moest men bij hem niet al te zeer zoeken, maar verdorie... die twee zware voeten, zowel links als rechts, gepaard aan een niet te onderschatten spontane snelheid, waren zijn voornaamste wapens. Als gevreesde centervoor werkte de aanwezigheid, ja... het zicht van de keeper van de tegenpartij op hem in als een rode lap op een ontketende stier. Hetgeen menig doelman, tot hun spijt en pijn, meermaals aan de lijve hebben kunnen ondervinden.
Op 28 juni dan, nam op zijn beurt van ons afscheid, de eenentachtig jarige Georges Cailloux. Als rechter middenvelder kende hij zijn gelijken niet. Zijn overwinningsdrang, zijn gekende doorzetting en zijn balgierigheid maakten van hem, in korte tijd, de schrik van Limburg. Verliezen.. neen.. dat kon en mocht hij niet! Dit totaal tegenstrijd met zijn persoon als hulpvaardig burger. Later kreeg hij ook nog een vaste stek, ditmaal als rechtsachter in de niet onaardige ploeg van de Boerenbond in het Leuvens Handelsverbond.
Als laatste van de vier ging de waardige aanvoerder, René Cailloux, zijn gewezen ploegmaats op 3 juli 2001 vergezellen. Geboren op 20 juni 1913 kwam hij midden 1941 de jonge Olympicploeg niet alleen vervoegen maar daadwerkelijk versterken, na een voormalige voorbeeldige carrière bij het verre Zwartberg. Als centraal middenvelder kende hij in de streek zijn evenknie niet. Stoer en doorgedreven, maar steeds uiterst sportief en correct, was hij een ware rots in de verdediging en daarenboven een onschatbare steun voor al zijn voorspelers. Terecht werd hij dan ook en door vriend en door zijn eigen supporters en, niet in het minst, door menigvuldige tegenstrever ten zeerste gewaardeerd.
Was het heengaan een verraad, een samenzwering, een blijk van ware ploeggeest of wilden zij dan ook nog eens samen, hand in hand, verbonden zijn, ditmaal voor het eeuwige?
Nu staan zij alleszins geboekt op de reeds lange lijst van gestorven Olympicboys, die destijds reeds op 24 augustus 1943 vroegtijdig werd geopend bij het zo pijnlijk sterven van de amper 23-jarige vriend en gewaardeerde ploegmaat, Albert Onckelinx, slechts een tiental dagen voor de geboorte van zijn zo begeerde en langverwachte zoon die aldus nooit het geluk heeft mogen smaken van zulk een trouwe en voorbeeldige, lieftallige mens te kennen en als vader te begroeten.
Vanzelfsprekend heeft de glorieuze Olympic-40 ook niet kunnen weerstaan aan de moordende greep der niets ontziende jaren. Bijna allen zijn ze terug verenigd daarboven op de Hek, op de vaste stekken, Marcel Gysemberg en Julien Knops na. Hen wens ik dan ook, van ganser harte, veel moed en sterkte om het nog lang te mogen volhouden.
Aan u allen, dierbare gestorven ploegmaats, bewaar ik een blijvend en duurzaam aandenken en samen met uw steeds diep treurende echtgenotes en kinderen, de u nog immer bewonderende vrienden en trouwe supporters, durf ik hier dan ook plechtig verklaren: Heen zijt gij allen weliswaar, doch hoegenaamd niet vergeten!
Vanwege een gewezen medestichter, Julien Minten - verschenen in de De Weekspiegel op donderdag 24 oktober 2002