Huidige locatie: Archief » Krantenartikels » Reeds 60 jaar geleden...
Beweren dat de dertiger jaren heilzaam waren voor een voetbalploeg in Landen is, op zijn minst gezegd, de waarheid effenaf de nek omwringen. Het was immers een haast jaarlijks vallen en opstaan. Vooreerst de oude Olympic een paar keren, dan FC Landen, gevolgd door de Jantjes ontstaan uit de schoot van de Kajotters met Constant Thijs als leidsman doch zonder eigen terrein. Inmiddels bleven ze "achter de statie" ook niet achterwege en tot tweemaal toe zag de Racing in de Scala het daglicht. En uiteindelijk beproefden de mannen van "de Met" het eveneens, onder leiding van de gebroeders Marcel en René Duchateau.
Al deze loffelijke pogingen bleken nochtans tevergeefs ondanks het feit dat Landen hoegenaamd geen nood had aan degelijke spelers. De ouderen zullen zich zeker nog de namen herinneren van onder andere de 3 gebroeders Leunen, Miel Laval, Juul Jacqmain, Thor Cleeren, enz... zonder nochtans René Cailloux niet te vergeten, die geruime tijd het schoon weer heeft uitgemaakt bij Zwartberg.
Halfweg 1938 was het dan ook totaal gedaan met het voetbal in Landen en vonden onze spelers onderdak in de omringende dorpen: Overwinden, Neerwinden, Gingelom en zelfs Opheylissem en dit tot aan de eerste maanden van de oorlog, want toen kwam gelukkig de langverwachte ommekeer.
Die dinsdagnamiddag van de derde week van november werd plotseling hevig aan de voordeur van het gemeentehuis aangeklopt alwaar wij rustig de zegeltjes van de ravitaillering natelden. Eugène Jacques vroeg met aandrang om mij te spreken. Zijn begroeting klinkt me nog steeds in de oren: "Zeg jong, zondag spelen we voetbal en wel tegen Blauw Ster Attenhoven en dan nog op ons terrein. Voor materieel zorg ik maar voor spelers zorg jij." En inderdaad die zondag van november vierden wij de geboorte van het nieuwe Olympic Landen met een drie-drie gelijkspel, nu reeds zestig jaar geleden, en dit met de volgende ploeg: René Wauters, Gust Stevens, Paul Michaux, Jac Steinmetz, Georges Vandevelde, Toine Georis, Frans Vanhoebroek, Jef Colsoul, Paul Reynaerts, Julien Minten en Maurice Moniquet.
Ik kreeg de opdracht om aanvoerder te worden, terwijl ons bestuur bestond uit: Eugène Jacques, Jef Dewael, Albert Minten en Ward Thoelen, met Paul Michaux als secretaris. Nochtans bleef Eugène de bakker hiermede niet bij de pakken zitten en hoe hij het gedaan kreeg is voor mij nog altijd een raadsel. Eén voor één kwamen immers de uitgeweken spelers door zijn toedoen, naar de schapenstal terug in zoverre dat na enkele maanden haast twee gelijke ploegen konden opgesteld worden, met onder meer nog: Berre Landuyt, Julien Knops, Albert en Rik Onckelinx, Marcel en René Duchateau, Georges en René Cailloux, terug van Zwartberg en aanvoerder na mijn vertrek, Marcel Gysemberg (de hazewind), Jean Matterne, René Siaens (de goalgetter), de gebroeders Wauters, Tuurke Ulens, Thor Cleeren, Jef Onckelinx, Celle Simons, Jef en Tuur Roosen, Berke Vanegeren, Georges Vandecan, Jef Dekkers, Jean en Lucien Reynaerts, echter beide spoedig overgegaan naar het pas opgerichte Sparta Landen, evenals ten andere Richard Vanhoebroek. Armand d'Or, Flupke Vandevelde, Jef Michoel en nadien nog zoveel jongeren, te veel om op te noemen.
Buiten de spelersgroep nam vanzelfsprekend ook het bestuur in aantal toe en werd, spijtig genoeg,
Eugène, de ware stichter en voedstervader van Olympic, ondanks bewezen diensten, zoals het meestal gaat, tot gewone meeloper in het bestuur in de hoek gedrongen. Olympic Landen was dus herrezen en hoe! Zij deden het immers zo schitterend dat ze na twee jaren aan de poorten van bevordering waren gekomen en deze, zonder die flagrante benadeling van het Provinciaal Bestuur van Hasselt, ook zouden ingebeukt hebben. Vandaag zestig jaren later denk ik nog met oneindig genoegen terug aan die tijd van toen, doch met vroom aandenken aan al mijn voormelde medestichters. Inmiddels, spijtig genoeg, allen reeds heengegaan. Als enige overblijvende wens ik nochtans een hartelijk dankwoord toe te sturen aan Maurice Moniquet, die het ons, Paul Michaux en mezelf, heeft mogelijk gemaakt die eerste zware ogenblikken van het bestaan van de ploeg met succes te doorbijten en verlichten, het was een ware kraan! Zo ook aan Julien Knops, een ware rots in de verdediging.
Vanuit Heverlee wens ik "den Olympic" een prettige verjaardag, veel succes en een spoedig stijgen naar hogere afdeling toe. Als gewezen medestichter en eerste aanvoerder zou dat mij ten zeerste
verheugen.
Auteur: Julien Minten - verschenen in de De Weekspiegel op donderdag 29 maart 2001